vrijdag 12 september 2014

Update 12-9-2014 Ms von Halle Claims Never to Contradict Rudolf Steiner but Contradicts Him in a Very Significant Way

Update 12-9-2014





Ms von Halle Claims Never to Contradict
Rudolf Steiner but Contradicts Him in a
Very Significant Way: A Brief Analysis

– Stephen E. Usher, March 12, 2011




The critique (by Mr. Mullen) can be found in May 2011 issue of the Portland Anthroposophic Times:
http://www.portlandanthroposophy.org/newsletter

The exact URL for the May 2011 issue is:

http://www.portlandbranch.org/wp-content/uploads/2011/05/May2011PortlandBranchNewsletter.pdf

donderdag 11 september 2014

Update 11-9-2014 zie onderstaand niet als reclame maken ,maar als informatieverstrekking



Update 11-9-2014

zie onderstaand niet als reclame maken ,maar als informatieverstrekking



Judith von Halle ‘Ich weiß dass mein Erlöser lebt’ 18 en 19 oktober 2014 Stichtse Vrije School Socrateslaan 24, 3707 GL Zeist Zaterdagavond 18 oktober:Het gebouw is open vanaf 19.00 uur; de lezing begint om 20.00 uur Bij het begin van de lezing wordt het gebouw gesloten. Zondagochtend 19 oktober:Het gebouw is open vanaf 10.00 uur; de lezing begint om 11.00 uur en is een voortzetting van de lezing op zaterdagavond.Aansluitend gelegenheid tot vragen stellen en discussie.Bij het begin van de lezing wordt het gebouw gesloten.De voertaal is Duits Aanmelding vooraf is noodzakelijk en kan gebeuren bij Kitty en Rob Steinbuch:- Damhertlaan 129 3972 DD Driebergen.- Tel. 0343.512491- E-Mail steinb@dds.nl Na aanmelding ontvangt u een digitale resp. schriftelijke bevestiging.Toegangsprijs € 10,- per persoon per lezing, bij de ingang te betalen.U wordt verzocht tijdens de bijeenkomst geen foto’s, geluids- of beeldopnames te maken.Wij hopen u op 18 en/of 19 oktober te mogen begroeten!

Bovenstaande tekst voor rekening van de fam. Steinbuch.

woensdag 20 augustus 2014

Update 20-08-2014 boek van Helmut Kiene ‘Phantomleib, Stigmatisation und Geistesforschung

Update 20-08-2014


Met verbazing las ik destijds de commentaren die Helmut Kiene schreef mbt thema's van Judith von Halle. Hij ontpopte zich daarbij als een ware exegeet van Judith.
Met name zijn rechtpraten van het door Judith weergegeven wonderbaarlijke verhaal van het plotseling uit de Jordaan opduikende doopeiland toonde aan met welke geloofsijver deze man werkte.
bij update 22-05-2013 (doorscrollen naar onderen) heb ik daar eerder over geschreven.
Nu is zijn boek wat ik ook al eerder vernoemde ook vertaald in het Nederlands. ben benieuwd of hij daarin zijn visie op het doopeiland nog aangepast heeft. Zelf wil ik het boek echter niet aanschaffen (je moet tenslotte keuzes maken in het leven :)) maar als er lezers zijn die dit voor me zouden willen nakijken, zou ik ze dankbaar zijn.


Helmut Kiene ‘Fantoomlichaam, stigmatisatie en geesteswetenschappelijk onderzoek; Judith von Halle en de antroposofische christologie.’
Vertaling: Bob en Katja Kaiser.
Uitgeverij Cichorei, 2014. ISBN 978 94 91748 19 6. 118 pagina’s.
Prijs € 14.50.


Dit boek is een vertaling van het boek van Helmut Kiene ‘Phantomleib, Stigmatisation und Geistesforschung; Judith von Halle und die anthroposophische Christologie‘.
Verlag für Anthroposophie, Dornach, 2013.


Dr. Helmut Kiene (geb. 1952) is medicus en geeft leiding aan het Institut für angewandte Erkenntnistheorie und medizinische Methodologie, Freiburg i. Brsg. Duitsland.


In dit boek gaat hij in op de ingrijpende fysieke en geestelijke constitutie-verandering, die met Pasen 2004 bij Judith von Halle is opgetreden: de blijvende stigmatisatie, het niet kunnen verdragen van fysiek voedsel en een in ruimte en tijd verruimd waarnemingsvermogen. Bij dit laatste hoort ook een directe waarnemingstoegang tot de gebeurtenissen ten tijde van het leven van Jezus. Dit laatste duidt Judith von Halle aan als ‘tijdreizen’.


Sinds 2004 houdt Judith von Halle voordrachten over haar ervaringen en inzichten en schrijft zij er boeken over.


Vanaf het begin werden in antroposofische kring (kritische) vragen over dit gebeuren gesteld. Wat is er aan de hand, en in welke verhouding staat een en ander tot de antroposofische geesteswetenschap?
Kiene gaat in op deze discussie en hij toetst deze aan hetgeen Rudolf Steiner er indertijd over heeft gezegd.


Hij stelt allereerst de vraag of er een verband bestaat tussen het fantoom van het fysieke lichaam en een stigmatisatie met het niet kunnen verdragen van aards voedsel en tijdreiswaarnemingen.
Hij betrekt hierbij vooral de voordrachtenreeks die Rudolf Steiner in het najaar van 1911 in Karlsruhe heeft gehouden en die is opgenomen in de bundel ‘Wegen naar Christus’, GA 131, wv-c2.


Vervolgens behandelt hij de controverse over de methodische grondslag van de beschrijvingen van Judith von Halle.
In hoeverre is er sprake van somnambulisme? Worden bij de ‘tijdreizen’ ook het inschakelen van de lichamelijke zintuigen gebruikt?
Hoe positioneert Judith von Halle zichzelf? Over dat laatste wordt door critici gesteld dat er sprake zou zijn van “godslastering”.
Als afsluiting hiervan gaat Kiene in op de verklaringen die door haar zelf zijn gegeven over de verhouding tussen het doen van helderziende waarnemingen en de tijdreizen.


Daarna bespreekt Kiene de discussies die zijn ontstaan rond inhoudelijke thema’s die door Judith von Halle zijn behandeld.
Het gaat om de volgende onderwerpen.
- De doop van Jezus
- De opwekking van Lazarus
- De drie Johannesfiguren
- Het Laatste Avondmaal
- De graal
- Gethsemane
- Kruis en kruisiging
- Dood en aarde
- De Opstanding


In zijn slotwoord stelt hij opnieuw de onderzoeksvraag die aan het begin van het boek werd gesteld.
Zijn conclusie is dat Judith von Halle beschouwd moet worden als een “souvereine geesteswetenschapper”. Haar beschrijvingen moeten vanuit de antroposofie vooral op drie manieren worden gewaardeerd:
- Neem deze beschrijvingen ter kennis.
- Zij moeten de kans krijgen om te worden uitgelegd.
- Zij moeten als stimulans voor verder voerende kennis kunnen dienen.


Deze benadering sluit naar mijn mening aan bij het advies dat Rudolf Steiner zelf steeds gaf hoe om te gaan met het resultaat van zijn occult onderzoek: “neem er onbevangen kennis van, laat het bijdragen tot de eigen oordeelsvorming, en kijk of je er iets mee kunt doen”.


Kiene wijst tot slot op een mogelijk tweevoudige betekenis van het gebeuren zelf.
Allereerst kan daardoor het inzicht in de geheimen van het mysterie van Golgotha verder worden versterkt.
Daarnaast kan het ons inzicht verdiepen in de organisatie van het menselijk lichaam, het gebied van de werkzaamheid van de hoogste hiërarchische geestelijke wezens.




Naschrift
Hoewel dit boek allereerst is geschreven als bijdrage voor het gesprek binnen de antroposofische gemeenschap zou ik er het volgende aan willen toevoegen.
In brede kring is sprake van een groeiende belangstelling voor meditatie en mystiek. In het spirituele en religieuze leven speelt de “weg naar binnen” een steeds belangrijker rol – in samenhang met een groeiende maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Daarbij neemt ook de belangstelling voor de diepere vormen van mystiek toe. Dat geldt ook ten aanzien van de stigmatisatie en daarmee samenhangende verschijnselen. Door de religiewetenschap zijn op dat gebied veel waardevolle waarnemingen gedaan. Wanneer het op ,verklaren’ aankomt, voelt men zich echter geplaatst voor een ontzagwekkend mysterie.
De vruchten van antroposofisch geesteswetenschappelijk onderzoek kunnen in dit verband ook worden gezien als een bijdrage aan de religiewetenschappen om nader tot dit mysterie te komen.


Rob Steinbuch
Damhertlaan 129
3972 DD Driebergen
Tel. 0343.512491



E-mail steinb@dds.nl

dinsdag 19 augustus 2014

Update 19-08-2014 correctie data lezing



Update 19-08-2014

Bij het doorwerken van de mail na de vakantie kwam ik dit bericht tegen:


De correcte datum van de lezing die Ton Jansen binnenkort over Judith von Halle hier in Rotterdam zal houden is natuurlijk 13 oktober 2014 (en niet zoals eerder abusievelijk vermeld op 13 september).


Voor meer info over deze lezing:

Postadres
John Wervenbos
Hilledwarsstraat 83
3072 JG Rotterdam
Telefoon
010- 4233415
06- 15264198
E-mail
antroposofie@johnwervenbos.nl
j.wervenbos@upcmail.nl
Weblog
http://johnwervenbos.blogspot.nl
Website
http://johnwervenbos.nl
Facebook
https://www.facebook.com/john.wervenbos

dinsdag 15 juli 2014

Update 15-07-2014 Ein Vorbild der Art der Schau des Emmerich aus das bittere Leiden



Update 15-07-2014



Ein Vorbild der Art der Schau des Emmerich aus das bittere Leiden.. seite 136.



"die Spuren seiner Knie, Fuesse, Ellbogen und Finger drueckten sich durch Gottes Willen auf der Stelle, die er beruehrte, in den Felsengrunde ein und wurden spaeter verehrt. Man glaubt solche Wirkungen nicht mehr, mir sind aber solche Eindruecke in Stein durch die Fuesse ,Knie und Haende von Patriarchen und Propheten, von Jesus, der Heiligen Jungfrau und einigen Heiligen oft in historischen Gesichten gezeigt worden. Die Felsen waren weicher und glaubiger als die Herzen der Menschen und gaben Zeugnis in gewaltigen Augenblicken, dass die Wahrheit Eindruecke auf sie mache".

Dies ist ein typischer Vorbild des Verwechseln und Mix einer uebersiinlichen Schau oder Phantasie mit fysischen Tatsachen. So auch laut JvH das die fysischen Grabtuecher durch den fysischen Felsenwaende hindurch flohen und auch wie das Taufinsel das ploetzlich aus der Jordan auftauchte, wie hier im Blog schon mehrmals referiert.

maandag 14 juli 2014

Update 14-07-2014 Wat ons behoeden kan voor mogelijke fouten en dwalingen die tot bijgeloof worden



Update 14-07-2014



Wat ons behoeden kan voor mogelijke fouten en dwalingen die tot bijgeloof worden, dat kan enkel en alleen het streven naar een ware kennis zijn, naar een inzicht in de dingen. Iemand zal altijd op een of andere wijze in bijgeloof vervallen, als hij niet werkelijk in de diepte der dingen wil doordringen. Het is nu eenmaal zo dat dit verlangen naar een zeker kwantum bijgeloof beslist macht uitoefent. En daarmee spreek ik de basiswet voor het bijgeloof uit, zoals ik het hiervoor al aangeduid heb, namelijk: Zolang de mens alleen in de waarneming van de fysieke omgeving blijft, zolang hij niet wil doordringen in spirituele kennis, tot werkelijk inzicht in de geestelijke oergronden van de dingen, zolang leeft in hem een bepaalde behoefte aan bijgeloof.
Bron: Rudolf Steiner – GA 57 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 10 december 1908 (bladzijde 162)

overgenomen van De grote Rudolf Steiner Citatensite

Bij waarneming fysieke omgeving kan ook gedacht worden aan de zogenaamde fysieke observaties ten tijde van het Mysterie van Golgotha , al zijn deze dan 2000 jaar nadien voltrokken.



Wahr ist daran nur, daß es
überhaupt keine wirklich haltbaren Urkunden über das Mysterium
von Golgatha gibt. Wenn man als Geschichtsforscher heute fragt:
Kann man das Mysterium von Golgatha historisch beweisen? -, so
muß man vom Standpunkte der heutigen Geschichtsforschung
sagen: Es läßt sich nicht äußerlich beweisen.
Dies aber hat gerade seinen guten Grund. Das Mysterium von
Golgatha soll sich, ich möchte sagen, nach den Ratschlüssen der
göttlichen Weisheit, nicht äußerlich-materialistisch beweisen lassen,
aus dem einfachen Grunde, weil das Mysterium von Golgatha als die
wichtigste Tatsache, die im Erdengeschehen sich ereignet hat, nur
auf eine übersinnliche Weise erschaubar sein soll. Derjenige, der da
will einen äußerlich-materialistischen Beweis finden, der findet ihn
eben nicht, sondern er findet zuletzt durch seine Kritik heraus, daß
es keinen solchen gibt. Es soll die Menschheit vor die Entscheidung
gestellt werden, gerade dem Mysterium von Golgatha gegenüber
sich zu gestehen: Ich muß zum Übersinnlichen meine Zuflucht nehmen,
oder ich kann so etwas wie das Mysterium von Golgatha überhaupt
nicht finden. - Das Mysterium von Golgatha soll gewissermaßen
die Menschenseele zwingen, aus allen sinnlichen Beweisen heraus
den Weg ins Übersinnliche zu finden. Es hat also seinen guten
Grund, daß das Mysterium von Golgatha weder naturwissenschaftlich
noch irgendwie sonst historisch zu beweisen ist. Das wird gerade
das Bedeutungsvolle sein der neueren Geisteswissenschaft, daß,
wenn alle äußere Wissenschaft, alle bloß auf das Sinnenfällige gestützte
Wissenschaft sich wird gestehen müssen, daß sie zum Mysterium
von Golgatha keinen Zugang mehr hat, wenn selbst die Theologie,
insoferne sie kritisch ist, unchristlich sich gebärden wird, die
Geisteswissenschaft es sein wird, welche die Menschen zum Mysterium
von Golgatha hinzuführen hat, aber auf einem übersinnlichen
Wege, den wir ja öfter beschrieben haben.


GA 182

woensdag 9 juli 2014

Update 09-07-2014 In een lezersreactie nav dit artikel: Judith von Halle Behrend, gestigmatiseerd? (deel 1)


Update 09-07-2014


In een lezersreactie nav dit artikel: Judith von Halle Behrend, gestigmatiseerd? (deel 1)
die ik via de uitgever van Apo Nu! kreeg o.a. het volgende:


Kees Kromme schrijft verder: ”De aanname van stigmata en leven zonder voedsel stamt dus alleen van bronnen als Tradowksy en haar zelf en wordt door de volgelingen zonder meer voor waar aangenomen en verspreid.” (Pag. 17)
Wat Kees Kromme niet vermeldt, is de officiële mededeling die indertijd is gedaan door het bestuur van het Arbeitszentrum Berlin, en die is ondertekend door haar vertegenwoordiger, Martin Kollewijn. (Zie bijgaande kopie, link naaar blz.29) Dat is dus wel een heel ander verhaal! Indertijd is het werkelijkheidsgehalte van de stigmatisering door niemand in twijfel getrokken. Dat gold voor de bestuursleden in Berlijn, het bestuur van de Duitse landelijke vereniging (alleen Klünker heeft altijd geweigerd om zich erover uit te spreken, maar hij heeft het ook nooit ontkend), en door de Vorstand in Dornach, met daarbij Michaela Glöckler als sectie- leider van de Medizinische Sektion.

Mijn reactie hierop:


MK:von einem ritterlichen Beschützer zu einem streitbaren Kritiker von JvH geworden.

Kollewijn (afgekort MK) heeft inderdaad vrij kort nadat hij bekend raakte met de verschijnselen rondom Judith von Halle daar een positieve interpretatie van gegeven. Een interpretatie is echter wel wat anders dan een feitelijke onderzoeking. Dat blijkt ook wel want lezende in het bericht van de Urteils-Findungs-Kommission is al snel te lezen dat zijn aanvankelijke positieve insteek veranderde:



bladzijde 23: Wie MK vom behutsamen Begleiter der stigmatisierten JvH zu ihrem Kritiker wurde, wird später noch deutlich werden


vanaf blz. 52-53 is na te lezen hoe deze verandering bij Kollewijn plaatsgevonden heeft. Men leze onderstaande citaten zelf maar na in de gehele context:


blz. 52 Judith von Halle ist von Martin Kollewijn enttäuscht und fühlt sich im Stich gelassen.


52: „Aber von diesem Moment an“, so MK, „wurde nicht nur ganz verborgen, sondern ganz
offensichtlich ein Streit gegen mich entfacht.””

vanaf het moment dat MK zich kritischer begon op te stellen


70: MK ist, nicht zuletzt nachdem JvH ihn für seine Haltung auf der Konferenz der AZ-Vertreter kritisiert hatte und die Arbeitsatmosphäre für ihn immer schlechter wurde, von einem ritterlichen Beschützer zu einem streitbaren Kritiker von JvH geworden.


74: JvH stellt die Situation so dar: „Herr Wilhelmi und Herr Kollewijn hatten mitgerichtlichen Schritten und Kündigung gedroht, wenn ich mich weigern sollte, die Versandhelfer dazu anzuhalten, einzig die Informations-Zusammenstellung der sog. IK-Mehrheit einzutüten.


Een gerechtszaak willen aanspannen tegen JvH door MK getuigd nu niet direct van het zien van JvH als een heilige.


75: (Eine private Anmerkungvon JvH hierzu: Ich habe in den 1 ½ Jahren meiner Arbeit im [Rudolf Steiner] Haus Herrn Kollewijn nicht einmal eine annährend [annähernd] starke Initiative entfalten sehen wie bei diesem Vorgehen. Ich meine daher, dass er unter strenger Anweisung von Frau Göbel stand. Sonst bliebe sein plötzlicher Verhaltensumschwung – er hatte ja selbst zur Erstellung desjenigen Protokolls beigetragen, das nun mit einem Male auf keinen Fall mehr versendet werden sollte – gänzlich unerklärlich.)“


77: JvH „Es war kein ehrliches Gespräch von Angesicht zu Angesicht mit ihm (MK) mehr möglich. Er enthielt mir jede Begründung für seine Aktivitäten vor, somit etwaige Beschlüsse oder Anweisungen seiner ‚Mitstreiter’ oder Vorgesetzten.””


77: : „MK wurde gefragt, warum er jetzt auch wie Frau Oltmann und Nana Göbel
denke: man sähe es ja an Judith selbst, dass sie die Stigmatisation gar nicht verarbeiten und verkraften kann, sondern moralisch so instabil wird, dass sie nun schon Passwörter ändert. Also was da vorgebracht wurde, war schon krass, muss ich ehrlich sagen.“


In het artikel is terug te vinden hoe Frau Oltmann en Nana Göbel reeds vanaf het begin over JvH dachten. Nu schaart MK zich dus ook bij hun. Als je JvH als moreel instabiel bestempelt, dan sta je dus niet meer achter het eerdere positieve bericht betreffende de stigmatisatie.


77: „MK ist langsam auch zu der Meinung gekommen – das hat er in Dornach
deutlich gesagt –, die Frau Oltmann schon zu Anfang vertreten hatte: dass es [die
Stigmatisation] nicht in die anthroposophische Öffentlichkeit gehört.””


78-79: : „Und die erschütterndste Verwandlung, die ich da kennen gelernt habe, war die bei Martin Kollewijn. Denn Martin Kollewijn war mit Frau v. Halle offenbar sehr eng verbunden. Das [Phänomen der Stigmatisation] hat ihn sehr stark beeindruckt, er hat mit mir im Jahr 2004 darüber gesprochen. Bei diesem Gespräch im Juli 2005 sah er ganz anders aus: Da habe ich einen tief getroffenen, seelisch verletzten Menschen vorgefunden, und eine wirklich hässliche Art, wie offensichtlich mit ihm umgegangen wurde””


eea staat bekend als de paswoord affaire (u kunt alles zelf in kontext nalezen)


Dus voortschrijdend inzicht heeft Kollewijn van een ridderlijke beschermer tot een strijdbare criticus gemaakt. Daarom is ook duidelijk dat Kees Kromme niet vermeld heeft, wat boven genoemd wordt.


Het heel andere verhaal als boven genoemd is te lezen op blz. 29 van het rapport.
http://www.tiny-mundo.de/static/pdf/abschlussbericht.pdf met titel: [MK:] Phänomenologische Darstellung.


In een latere reactie daarop:


Dazu MK retrospektiv: „Dann haben wir diesen Brief geschrieben. Frau Lechner und ich wurden gebeten, diesen als Zeugen der Stigmata mit zu unterschreiben. Das habe ich auch gemacht, obwohl ich mit dem Stil und Inhalt des Briefes nicht so ganz einig war. Aber ich hatte gesagt, das [die „persönliche Erklärung“] ist ihre [JvHs] Sache, dort will ich nicht reinreden. Die Interpretation kann man als reale Denkmöglichkeit, aber nicht alsein Faktum darstellen, wie ich das in meinem [in Das Goetheanum erschienenen] Aufsatz getan habe.“ „Aber Judith von Halle war es unendlich wichtig, dass diese Schlusspassage aus dem Brief auch drin steht. Jeder der das liest, möge empfinden, dass sich durch mich jetzt unmittelbar der Christus an ihn wendet. Ich habe eingewendet: auf keinen Fall sollen wir das da reinschreiben. Obwohl man natürlich sagen kann, das ist eigentlich die Haltung des Paulus: ‚nicht ich, sondern Christus in mir‘. Aber gerade wenn du das so empfindest,
dann musst du es nicht schreiben. Denn wenn du es schreibst, wirkt es genau umgekehrt.“ Siehe Martin Kollewijn: Interview der Urteils-Findungs-Kommission. Berlin 21. November 2006, S. 23, 26.


Deze uitspraak:
”De aanname van stigmata en leven zonder voedsel stamt dus alleen van bronnen als Tradowksy en haar zelf en wordt door de volgelingen zonder meer voor waar aangenomen en verspreid.”

kan ik dus onverkort handhaven.